PHOENIX II

HOMEPAGE        LATIJNPAGE

 

De Iphigenia

 
Wind was er niet, schepen lagen onbeweeglijk aan de kust en de soldaten wachten ongeduldig af. Agamemnon, de broer van Menelaien, een Griekse aanvoerder  liet de waarzegger Calchas komen en vroeg hem:' Wat moeten we doen? We kunnen toch niet eeuwig wachten . Wat heeft het orakel aan je geezgd?'

Calchas antwoordde tegen zijn zin:' Diana, de godin van de jacht, is woedend op jou, omdat jouw soldaten een heilige hinde gedood hebben.Daarom is er geen wind. Nu eist de godin jouw dochter Iphigenia tot offer. Slechts onder deze voorwaarde dwaalt de wind en zul je naar Troje kunnen varen.

Maar Agamemnon riep:' Dat kan ik toch niet doen! Je hebt je vergist, Calchas. Zo wreed kan de godin toch niet zijn. Maar de overige aanvoerders en soldaten hielden niet op met smeken.

Eindelijk week Agamemnon treurig voor hun smeekbeden. Door een list heeft Odyseus Iphigenia naar het kamp ontboden: Want hij heeft haar het huwelijk met de sterke aanvoerder Achillis beloofd. Na een lange en moeilijk tocht kwam het meisje met haar moeder Clytaemnestra en haar broer Oreste blij binnen. Haar vader weende en kon haar de waarheid niet zeggen. Maar Odyseus trok haar naar het altaar. Daar gebeurde toen iets geheel wonderlijk, terwijl Iphigenia op het altaar lag, daalde Diana af uit de hemel en nam haar weg en in haar plaats plaatste ze een hinde en ze maakte het meisje tot priester van haar tempel. Agamemnon en de overige soldaten en aanvoerders stonden eerst verstomd vervolgens bedankten ze de godin en offerden de hinde. Dadelijk waaide de wind. Tenslotte zijn de Grieken hun schepen gaan losmaken en konden ze naar Troje varen.

 

De equo ligneo
Gedurende vele jaren hielden de Grieken de stad Troje tevergeefs bezet.Dikwijls vochten ze met de Trojanen, maar nooit konden zij de overwinning behalen. Eindelijk bedachten ze een list: ze bouwden een reusachtig paard en verborgen daarin hun beste soldaten. 's Nachts lieten ze het grote dier voor de kust achter, braken hun kamp af en voeren naar het eiland Tenedus waar ze zich vertopten.
Bij het ochtendgloren stonden de Trojanen verstomd: op de vlakte bemerkten zij geen kamp, geen schip, geen soldaat, niets anders dan een reusachtig paard. Dadelijk ging het gerucht door de stad. Burgers kraaiden victorie met luide stem, jongens en meisjes dansten en van overal  kon men horen: “De Grieken zijn  weg! Ze zijn naar huis gegaan! Ze hebben niets anders achtergelaten dan een houten paard!” De Trojanen liepen vrolijk de stad uit en liepen naar het beest toe.
Het gevaarte werd door allen vol bewondering bekeken en aangeraakt, toen de priester van Neptunus, Lacoön, die de Grieken altijd wantrouwde de burgers waarschuwde: “De Grieken zijn niet naar hun vaderland teruggekeerd! Geloof mij! Jullie kennen Odyseus toch? Dit is een belegeringstuig dat door de Grieken tegen onze wallen is opgebouwd. Daar zitten soldaten in verborgen !” Na deze woorden wierp hij met grote kracht een lans naar het dier.
Precies op dat ogenblik verscheen een zekere Sinon, een leugenachtige Griek. Hij zei: “De Grieken zijn naar huis teruggekeerd, ik ben alleen achtergelaten omdat ik Odyseus beledigde. Dit paard is door de Grieken voor Minerva gebouwd”
Toen verschenen opeens twee woeste en huiveringwekkende slangen uit de zee, omstrengelden en wurgden de ongelukkige priester samen met zijn 2 zonen. Allen openden de poorten van de stad en gaven daardoor teken aan het Griekse leger.
De Grieken voeren zonder uitstel naar de kust en konden makkelijk de stad binnendringen. De stad was bezet, vele burgers werden gruwelijk vermoord en alle huizen werden in brand gestoken. Zo is Troje vernield.
De ulixo et Polyphemo
 


Na vele zwerftochten kwam Odyseus samen met zijn gezellen aan op het eiland van de cyclopen. Deze reusachtige mensen hadden slechts één oog in het midden van hun voorhoofd en leefden van melk en vlees van schapen. Eens had het orakel de cycloop Polyphemus, de zoon van Neptunus, gawaarschuwd: "Pas op voor Odyseus! Als hij bij je komt,zal hij je blind maken"; Maar de cycloop had gelachen: ";Als hij mijn grot zal binnengekomen zijn, zal ik hem verslinden."
Odyseus en zijn gezellen zochten naar voedsel en terwijl Polyphemus afwezig was, gingen ze toevallig zijn grot binnen. Maar tegen de avond, keerde de zoon van Neptunus met zijn kudde schapen terug en sloot de uitgang van de grot af met een reusachtige rotsblok. Opeens bemerkte hij Odyseus en zijn gezellen en omdat hij hen voor rovers hield, greep hij twee van Odyseus' gezellen en verslond hen.
Toen probeerde Odyseus de aandacht van de cycloop af te leiden en hij zei: "Drink deze wijn, Poliphemus, het is de beste" Polyphemus dronk heel de beker in één teug leeg en zei lachend: "Jij bevalt me, mensje, je hebt me met grote vreugde gevuld! Zeg me je naam!"Odyseus, een voorzichtig man antwoordde: " Ik ben Niemand. Allen noemen me Niemand" Waarop Polyphemus zei: "Ik zal aan Niemand een mooi geschenk geven, ik verslind Niemand als laatste."
Polyphemus dronk vele bekers leeg totdat hij eindelijk, overweldigd door wijn, in slaap viel. Op dat moment, doorboorden Odyseus en zijn sterke gezellen het oog van de cycloop met een brandende boomstam. Het bloed vloeide uit de wonde en Polyphemus, uitzinnig van de pijn, hief een luid geschreeuw aan en probeerde de Grieken tevergeefs te grijpen. Uiteindelijk riep hij de overige cyclopen:";Kom vrienden, red mijn leven!" Deze kwamen aangerend en vroegen: ";Wat gebeurt er, Polyphemus? Waarom roep je in het midden van de nacht?"
De zoon van Neptunus antwoordde: "Niemand heeft me willen vermoorden, Niemand heeft me gewond!"
"Als niemand je wil vermoorden, dan kunnen wij je niet helpen" antwoordden de andere cyclopen." Smeek bij je vader Neptunus, misschienzal hij jouw gezonde geest teruggeven"; En ze lieten de ongelukkige Polyphemus achter.

 

De Aeneae erroribus.
Terwijl de Grieken de stad Troje plunderden ziet Aneas midden in de nacht een droom. Hector die door Achilles gedood was, waarschuwde hem.:"Haast je naar de kust en breng de Trojaanse huisgoden over naar het vreemde land. Wanneer onze stad door de Grieken verwoest is zullen onze huisgoden tenminste behouden zijn." Toen besloot Aeneas samen met zijn vader  zijn vrouw en zijn zoon op de vlucht te slaan en het heil te zoeken. Maar in het midden van de oproer ziet hij zijn vrouw Creuses niet meer. Hij rende terug door de straten van de stad maar zocht haar tevergeefs. Plosteling verscheen Creuses beeld dat zei:" De goden houden mij vast . Wanneer jij na vele dwaaltochten in een ander land terechtkomt zal je met een andere vrouw trouwen. Na deze woorden verdween Creuses beeld uit het zicht. Een beetje later liepen de Trojanen die door de Grieken niet belegerd waren de droevige Aeneas tegemoet. Wanneer de bomen op de kust omgehakt zijn en de schepen gebouwd waren gaven zij de zeilen aan de winden en gingen zij weg uit hun vaderland."Maar waar is dat vreemde land?"Vroeg Aeneas dikwijls. "Indien wij het orakel van Apollon van het eiland Deli niet raadplegen zullen wij ons nieuwe vaderland nooit kennen. Nadat ze het eiland Deli bereikt hadden Gaf Apollo dit orakel aan Aeneas en zijn gezellen. Indien jullie na wisselende avonturen de kust van Italie bemerkten dan zullen jullie je nieuw vaderland bereiken.
Al gedurende vele jaren zwierven Aeneas en zijn gezellen over de zeeën toen ze eindelijk de kust van Italie bemerkten. Iason die tijdens de oorlog de Grieken altijd begunstigd had en de Trojanen benadeeld.

 

De Romulu et Remo
Amulius sloeg Rhea Silvia, de dochter van Numitur in de boeien en bevool twee slaven haar jongenstweeling, onlangs geboren, in een mandje te leggen en in de Tiber te werpen. Toen retgende het toevallig veel en trad de Tiber buiten zijn oevers en de dichtsbij gelegen velden veranderden in plassen. Daarom konden de slaven zelfs niet naar de rivier gaan en werpten het mandje dat de baby's bevatte in een grote plas. Vervolgens keerden ze naar Amulius terug en zeiden aan hem:' We hebben het mandje in de Tiber geworpen. De zonen van Rhea Silvia zijn gedood.' Maar het mandje was niet gezonken integendeel. Nadat het water zich terugtrok zat het vast op het droge.Niet veel later daalde een wolvin, die in de bergen leefde, dorstig naar de rivier af. Nadat ze de baby's ontdekte droeg ze hen naar een grot terwijl ze hen likkend met haar tong waste, voedde ze hen met haar melk. Nabij de rivier woonde Faustulus de koninklijke herder van de kudde samen met zijn vrouw Acca Larentia in een hutje. Op een dag hoorde hij plotseling geschrei van baby's hij trad de grot binnen en daar ontdekte hij een wolvin die likkend met haar tong de baby's voedde. Hoewel Faustulus vol schrik was joeg hij de wolvin op de vlucht en bracht de baby's naar huis en gaf ze aan Acca Larentia. De tweeling werd met grote liefde door Faustulus en Acca Larentia grootgebracht.

De roof van de Sabijnse meisjes
De nieuwe stad was al gegroeid, de wegen waren al geplaveid, reusachtige muren, een groot aantal huizen en mooie tempels waren al gebouwd, maar er waren geen vrouwen in de stad!Daarom riep Romulus gezanten bij zich en zei hen: “Ga naar de naburige volksstammen en vraag hen vrouwen voor een huwelijk” Maar nergens werden de gezanten welwillend aanhoord. Integendeel, verscheidene volksstammen spotten met de nieuwe stad: “onze dochters willen toch niet met rovers trouwen!”Romulus verdroeg dit onrecht niet en bedacht noodgedwongen een hinderlaag. Hij bereidde prachtige spelen voor en nodigde de naburige volksstammen uit.Velen, vooral de Sabijnen samen met hun kinderen en echtgenotes, die de nieuwe stad verlangden te bezoeken, kwamen samen voor het schouwspel.Ze werden gastvrij ontvangen en bezochten samen met hun gastheren da wallen, de tempels en de huizen.Toen was het tijd voor de spelen. Nadat er een teken gegeven was aan de wagenmenners, begonnen de spelen. De Sabijnen die niets vermoedden, richtten hun ogen en hun geest  op de spelen.De stilte werd door niets verbroken, tenzij door het geluid van de wielen en van de paarden.Plotseling stormden de Romeinse jongemannen op een gegeven teken van overal naar hun gasten, roofden in een reusachtig tumult de Sabijnse meisjes en snel droegen ze hen gillend naar hun huizen.De vaders en de broers konden hun dochters en zussen niet uit de handen van de Romeinen ontrukken.Terwijl ze woedend naar huis liepen , riepen ze uit: “Jullie hebben niet straffeloos onze dochters geroofd! Wee de Romeinen” De meisjes kloegen nu eens met luide stem hun lot dan weer scholden ze woedend hun trouweloze gastheren uit. Maar de Romeinse jongemannen beloofden hen met vleiende woorden een grote liefde. De roof was de oorzaak van een lange oorlog.Op een dag begon er een grimmige veldslag tussen de twee volkeren. Maar de vrouwen, die destijds geroofd waren, maar nu al hielden van hun Romeinse echtgenoten, begaven zich stoutmoedig tussen de vliegende projectielen en aan de ene kant smeekten ze hun vaders, aan de andere kant hun echtgenoten om vrede. Toen werd er een verdrag gesloten: Romeinen en Sabijnen werden verbonden en uit twee volkeren werd er één gemeenschap gevormd.

Als het vuur verschijnt zal de avond vallen.
In het paleis leefde en jongen, die Servius Tulius noemde. Op een dag,
toen koningin Tanaquil samen met haar drie slavinnen in haar tuin wandelde,
was deze jongen voor de paleispoorten in slaap gevallen plotseling omringden
vlammen het hoofd van de slapende jongen maar kwetsen hem niet. Bij dat wonder
begonnen de vrouwen luidkeels te gillen. Zelfs koning Tarquinius,
die z’n waarzegger Atius over de staatszaken aan het raadplegen was,
liep er naar toe. Twee slavinnen brachten al water aan, maar de koninging verbood
hen de vlammen te doven of de jongen uit z’n slaap te wekken:
‘Raak hem niet aan!’ zei ze, ‘Die jongen is beslist door de goden gezonden!’
Weldra doofden de vlammen spontaan uit en ontwaakte de jongen uit z’n slaap.
Toen riep Tanaquil z’n waarzegger terzijde: ‘Zie jij die jongen hier?’ vroeg hij,
‘Wat heeft dit te betekenen?’ De waarzegger antwoordde slechts: ‘Als het vuur
verschijnt, oh koning, zal de avond vallen. Maar Tanaquil begreep zijn woorden
niet. Drie dagen later, veinsden twee herders, gezonden door de zonen van Ancus Marcius, een ruzie voor de paleispoorten en hielden niet op met lawaai maken.
Omdat hun geroep tot in heel het paleis doordrong, kregen ze het koninklijke
bevel  beurtelings hun zaak te
bepleiten. Toen begon de eerste van hen te praten. Terwijl de koning zich van
de eerste afwendde, vermoordde deze plotseling koning Tarquinius met een slag
van z’n bijl die hij onder zijn kledij verstopt had.Daarna sloegen ze zo snel mogelijk op de vlucht.
Eindelijk begreep Tanaquil de woorden van de waarzegger: ‘Als het vuur verschijnt, zal de
avond vallen.’

 

De europa
Agenor, de koning van Sidon, had vijf zonen en één dochter
 een dag ontbood Jupiter, vurig van liefde, Mercurius, de bode
 van de goden en zei: 'Mijn zoon, trouwe handlanger,
 haast je naar Sidon. Je zal de bergweide van ver zien, daar
weiden de herders van koning Agenor de koninklijke stieren.
 Drijf de kudde van de bergen af naar de kust'.

De almachtige Jupiter had nauwelijks gesproken, of de
stieren daalden dadelijk de berg naar de kust af, waar
Europa samen met haar vrienden aan het spelen was.

Jupiter zelf, veranderde in een sneeuwwitte stier, en mengde
zich onder de loeiende dieren. Z'n hoorns, waartussen een
zwarte lijn zichtbaar was,
waren weliswaar klein, maar schitterden als edelstenen.

De dochter van Agenor bemerkte de buitengewone stier en
stond in verwondering voor zijn schoonheid. In de ogen van
het dier lag geen bedreiging, niets angstaanjagend. Hoewel
de stier teder en zacht was, durfde ze
hem niet aan te raken. Terwijl de stier zich voor haar voeten
 neervlijde
overwon het meisje haar angst en begon met hem te spelen.
Ze hield bloemen voor z'n mond en versierde hem met een
krans. Vervolgens klom ze op z'n rug.

 Daarop bracht de vader van mensen en goden het
 nietsvermoedende meisje naar het water en verdween
 plotseling met haar in het midden van de zee.
 Het angstige meisje, dat naar de aarde omkeek, smeekte
 haar vriendinnen tevergeefs om hulp. Met haar ene hand
 hield ze zich aan z'n hoorns vast, met de andere zijn rug en
 werd door Jupiter ontvoert naar het eiland Kreta.

 

De Mucio Scaevola
Porsenna bezette samen met de troepen van de Etrusken reeds lang Rome, en de honger knaagde binnen de muren van dag tot dag steeds meer. Daarom besloot een stoutmoedige jongen, Gaius Mucius genaamd, de door de Etrusken bezette stad te bevrijden. Hij veranderde van kledij, verborg een dolk tussen zijn kleren, zwom de Tiber iver en bereikte zo het kamp van de vijand. Daar hoeld hij halt te midden van de massa voor het podium van de koning. Men gaf toen toevallig de soldaten hun soldij en naast de koning zat de secretaris in bijna dezelfde kledij als de koning. En Mucius, die nog nooit de koning had gezien, doodde hem (de secretaris) in plaats van de koning. Hij probeerde te vluchten maar hij werd gevangen genomen en men sleepte hem voor de koning. De koning vroeg hem:' Wie ben je?' "Ik ben een Romeins burger"zei hij" en door mijn medeburgers wordt ik Gaius Mucius genoemd. Ik ben hierheen gekomen omdat ik de koning wou doden. Ik ben de koning zei Porsenna je hebt je dus vergist. Je hebt me nu gevangen genomen: zei Mucius. Maar na mij zullen er andere kopmen die je zullen doden op gelijk welk uur van de dag of nacht, zal een Romein in je tent binnendringen en op gelijk welk uur van de nacht of dag zal je altijd schrik hebben voor je leven. De koning razend van woede en tegelijk ook doodsbang voor het gevaar bedreigde Mucius met het vuur. Wie zijn die gemene sluipmoordenaars? Wat is hun plan? Riep hij uit! Soldaten, breng hem bij de offerhaard! Maar Mucius zei: Deze vlammen maken me niet bang. Achter deze woorden satk hij zijn rechterhand in de offerhaard die aangestoken was om een offer te brengen. Geen enkele traan verscheen in zijn ogen en geen enkel spoor van pijn zag je aan hem. Porsenna was verbijsterd door de moed van de jongeman, sprong van zijn troon en beval om Mucius van het vuur weg te trekken. Hij zei:'Ik bewonder je moed, ga naar huis, ik laat je gaan. Toen zei Mucius:' Aangezien je mijn leven hebt gespaard ,wil ik ook jouw leven sparen. Maar 300 Romeinse jongelingen hebben tegen jou samengezworen, ze zullen niet rusten voor ze u gedood hebben. Ik ben enkel de eerste, maar achter mij zal een tweede en een derde en een vierde komen. Van zodra Porsenna dat gehoord had, begreep hij de bedreiging en hij zond vredesgezanten naar Rome. Daarom gaven de Romeinen Mucius de bijnaam Scaevola (=linkerhandje) omdat hij alleen nog zijn linkerhand had.

Romani a Samnitibus sub iugum mittuntur

Twee wegen leiden naar Luceriam, de ene langs de kust, lang maar veilig , de andere liep langs de Caudijnse passen, die was kort maar gevarrlijk.

De stoutmoedige Romeinen, die nog niet door de Samnieten overwonnen waren beslisten de korte weg te nemen om de berg over te steken. De Romeinse consuls, nietsvermoedend, trokken de Caudijnse passen in, samen met hun legioenen. Maar al van ver zagen ze dat de uitgang afgesloten was door reusachtige rotsblokken en omgehakte bomen.Dadelijk keerden ze terug, vermoedend dat het een hinderlaag was. Maar tot hun grote verbazing zagen ze dat ook de toegang op dezelfde manier afgesloten was. De Romeinse soldaten keken elkaar aan en eerst zwegen ze lange tijd onbeweeglijk. Maar toen ze van alle kanten Samnieten zagen verschijnen op de toppen van de bergen; die de gevangenen uitlachtten en uitscholden; zagen ze in dat ze misleid waren door hun eigen lef en door een list van de Samnieten en dat wapens op deze plaats nutteloos waren.Ontgoocheld begonnen ze nabij het water een versterkt kamp op te slaan; en s' nachts beraadslaagden de aanvoerders onder elkaar. Weinigen waren van oordeel dat ze konden ontsnappen door de afgesloten weg en door de bossen over de bergen. Velen wanhoopten. Waarlangs kunnen we ontsnappen? Gewapend of ongewapend?Dapper of laf?We zijn allemaal gevangen en overwonnen. De onbetrouwbare vijand zal zelfs geen eervolle strijd beginnen. Zittend zal hij de oorlog afmaken...Tenslotte zonden de Romeinen gezanten naar de Samnieten. Ze vroegen een billijke vrede of een open gevecht. Pontius Telesimus, aanvoerder van de Samnieten antwoordde: 'Zelfs overwonnen en gevangen zijn jullie nog niet bereid te bekennen dat jullie overwonnen en gevangen zijn. Omwille van die trots zal ik jullie allen onder het juk zenden, ongewapend en met slechts één kledingstuk aan. Nadat de gezanten naar het kamp teruggekeerd waren, heerste er lange stilte. Vervolgens begon iedereen te zuchtten en te klagen. Tenslotte zei Lentulus, de aanvoerder van de gezanten:" Deze overgave is schandelijk, maar we moeten allen houden van ons vaderland, onze voorouders hebben al dikwijls het vaderland gered door eigen doo. Nu zullen wij het vaderland redden door onze ontering. De vernedering, hoe groot ze ook is, moeten we ondergaan voor ons vaderland"De wapens werden ingeleverd en kleren neergelegd. Eerst werden de consuls één voor één, halfnaakt onder het juk gestuurd, daarna één voor één de soldaten. Gewapend stonden de vijanden errond, terwijl ze de soldaten verwijten maakten en er de spot mee dreven

De Rhampsinito rege et fure callido
Ramses, de rijke koning van Egypte, die z’n rijkdom
op een veilige plaats wou verbergen, beval een architect een schatkamer te
bouwen. Terwijl de schatkamer gebouwd werd, bedacht de architect, een sluw man,
de volgende list: ‘hij plaatste in een muur van de schatkamer twee stenen, die
gemakkelijk verwijderd konden worden. Toen de architect voelde dat z’n leven
ten einde liep,
onthulde
de list aan zijn twee zonen. Na de dood van hun vader drongen ze prompt de schatkamer binnen en namen een grote hoeveelheid van de schat weg.
Op
een dag ging Ramses de schatkamer binnen en bemerkte dat een deel van z’n
schatten weg was. Hij was zeer verwonderd: ‘de zegels van de poorten waren nog
ongeschonden. Wanneer hij enkele dagen later de schatkamer opnieuw opende, zag
hij tot grote verbazing dat nog een deel van rijkdom verdwenen was. Waarna hij
dadelijk beval klemmen te plaatsen.
’s
Nachts drongen de dieven opnieuw de schatkamer binnen, en één van de broers
raakte vast in de klem. Deze zag in dat die voor z’n broer en zichzelf de
ondergang betekende. Daarom zij hij:’hak mijn hoofd af, broer, want als ik door
de bewakers van de koning gevangen en herkend wordt, zal jij als medeplichtige
van deze misdaad beschouwd worden!’ Met die woorden kon hij z’n broer
overtuigen. Die, hoe dan ook met tegenzin, het hoofd van z’n broer afhakte,
plaatste
de stenen terug en keerde naar huis terug, en droeg het hoofd van z’n broer bij
zich.
De
volgende dag controleerde de koning de klem nadat hij de schatkamer was
binnengekomen en verbijsterd vond hij het lichaam van de dief zonder hoofd.

De caede Caesaris
Uit vele voortekens was duidelijk dat Caesar met de dood bedreigd werd, want precies in een droom zag hij dat hij boven de wolken vloog en Juppiter de hand reikte. Zo ook Calpurnia, de echtgenote van hem, zag in een droom dat het huis ineenstortte en haar echtgenote bedoven werd en ze haar echtgenote in haar armen hield. Bovendien was Caesar door Spurinna, zijn waarzegger gewaarschuwd:"Pas op voor de Iden van maart!"

De senaat werd in het senaatsgebouw bijeengeroepen  op de Iden van maart rond het vijfde uur verliet Caesar zijn huis. Onderweg kwam hij Spurinna tegen.Die (Caesar) lachtte met hem, zeggend dat de Iden van maart er al waren. Spurinna antwoordde dat ze inderdaad al gekomen waren maar dat ze nog niet voorbij waren.

Toen Caesar juist het senaatsgebouw binnentrad, omsingelden de samenzweerders hem. Eén van hen naderde hem en greep Caesar vast met beide handen aan de toga. Vervolgens verwondde Casius Caesar met een dolk net onder de keel terwijl die uitriep:"Maar dit is geweld!" Caesar greep Casius bij de arm en doorboorde hem met een schrijfstift en probeerde te ontkomen, maar opnieuw trof een dolk hem. Toen hij voelde dat hij van alle kanten met getrokken dolken aangevallen werd, bedekte hij zijn hoofd met zijn toga en liet zijn klederen zakken tot op zijn voeten: want de vijand wil hem doden. Maar terwijl Marcius Brutus, die hij als zijn zoon beschouwde, aanstormde naar hem en Caesar zei:" Jij ook mijn zoon?" Hierna, werd hij zonder enig gezucht of gekreunmet 43 dolksteken gedood.
Terwijl iedereen vluchtte, bleef Caesar levensloos op de grond liggen, totdat 3 slaven hem op een draagstoel legden en naar huis draagden.
Niet tegenstaande de samenzweerders van plan waren Caesar's lichaam in de Tiber te gooien moesten ze op bevel van Marcus Antonius Caesar verassen.

 

De incendio urbis Romae
Terwijl Nero keizer was overkwam Rome een grote ramp, zwaarder en verschrikkelijker dan alle andere rampen, die Rome ooit overkwam door geweld van vuur. De brand ontstond in dat gedeelte van het Circus Maximus, dat grensde aan de Platinus- en de Calliusheuvel. Daar immers in die winkels vatte eerst de koopwaar vuur waardoor de vlammen werden gevoed. Daarna werd het vuur nog aangewakkerd door een plotse wind en verspreidde zich over heel de lengte van het Circus.

In zijn vaart zette de brand de vlakke delen van de stad in vuur en vlam, breidde zich uit naar de heuvels en verteerde opnieuw de lager gelegen plaatsen. Niet alleen werden verschillende huurhuizen waarin het volk woonde maar ook huizen van de rijken en vele tempels verwoest. Kinderen en diegene die uitgeput waren door de jaren doolden rond in de straten, vrouwen waren bang, sidderden en schreeuwden het uit. Zeer veel burgers, die uit de stad probeerden te vluchten werden omgeven door vuur zowel aan de zijkant als aan de voorkant. Sommigen verhinderden de brandweerlui door te treuzelen en anderen door zich te haasten. Velen kwamen om nadat ze al hun bezittingen hadden verloren.

Gedurende zes dagen en zeven nachten raasde dit onheil door de stad. Uiteindelijk doofde de brandweer de vlammen aan de voet van de Estquiliniusheuvel nadat zij over een grote ruimte de gebouwen hadden omvergehaald: zo stond een open ruimte de vlammen in de weg.

Het gerucht deed de ronde dat Nero precies op het tijdstip van de brand zijn paleistheater was binnengegaan en dat hij daar de Trojaanse brand had bezongen waarbij hij de huidige catastrofe vergeleek met de vroegere rampen. Sommige schrijvers vertellen ook dat de keizer zelf de brand bevolen heeft en dat hij verboden heeft om het vuur te doven en dat hij nadat er een nieuwe stad gesticht was zijn eigen eer heeft gezocht.

Omdat deze schande niet verdween beschuldigde Nero de Christenen en hij legde hen dan ook de zwaarste straffen op. Gehuld in huiden van wilde dieren werden ze door honden verscheurd of genageld aan het kruis werden ze verbrand. Voor dat spektakel bood de keizer s'nachts zijn eigen tuinen aan. Door deze gruwel werden zelfs Romeinse burgers bewogen door medelijden tegenover de Christenen.

 

De Argonautis
Iason, de zoon van Aeson, was door
z’n broer Pelias uit het koninkrijk verdreven. Maar het orakel voorspelde aan
Pelias: ‘Als je een man met een schoen gezien zal hebben, zal de dood je boven
het hoofd hangen.
Iason, reeds
lange tijd volwassen geworden, wou zich op z’n vaderland wreken en daarom begaf
hij zich naar het rijk van Pelias. Onderweg, bemerkte hij een oud vrouwtje, al zittend op de oever van de rivier riep ze uit: ‘Wee mij! Wie zal
mij naar de andere oever brengen?’ ‘Klim
maar op mijn rug, oud vrouwtje, bood Iason aan, met de hulp van de goden breng
ik je wel ongedeerd naar de andere oever!’ Maar terwijl hij het oude
vrouwtje overzette, verloor hij z’n schoen, die in het slijk vastzat, en z’n
voet werd erg verwond door een naakte steen. Maar wat Iason niet wist was dat
hij eigenlijk Iuno over de rivier had gezet! Na een lange tocht kwam hij
eindelijk in het koninkrijk van Pelias aan …
Daar offerde de
koning aan de goden toen hij plots een man zag met een schoen. Pelias herinnerde
zich het orakel en was verschrikt door de aanblik. Hij dacht dat het einde van
z’n leven op til was. ‘Koning Pelias, zei Iason, ik ben de zoon van uw broer
Aeson. Je weet zeer goed dat je ten onrechte het koningschap hebt verkregen.
Elf jaar geleden is men vader gestorven maar nu ben ik terug, om het rijk van
m’n vader terug te krijgen.
Pelias
antwoordde: ‘Onder één voorwaarde zal ik je het rijk van je vader teruggeven.
Als je het Gulden Vlies van een ram van de koning van Colchis hebt ontrukt en je
binnen drie jaar naar huis bent teruggekeerd, zal je het koningschap krijgen.’
Iason, aangevuurd door het koningschap, gehoorzaamde hij aan de wil van Pelias

De Argonautis 2
Iason riep uit heel Griekenland de dappere mannen
samen om hem te vergezellen. Intussen kwam van deze Hercules, de dapperste
aller Grieken, als eerste aan. Dan volgden Theseus, Castor en Pollux, Peleus en
Nestor. Ook Orpheus, die met z’n zangkunst het gemoed van de mensen kan
bedaren, besloot deel te nemen aan de tocht. Nadat ze allen waren samengekomen,
vertrokken ze naar Colchis met een uiterst snel en stevig schip, de Argo
genoemd.
Ooit had een
orakel aan Aeëtes, de koning van Colchis, voorspeld: ‘zolang zul je in het
bezit zijn van de troon als het Gulden Vlies in maart in de tempel aanwezig is.
Maar indien het Gulden Vlies gestolen wordt, zal je niet alleen je troon maar
ook je zoon verliezen. En daarom beval Aeëtes een draak, die nooit sliep, het
Gulden Vlies te bewaken.
Iason en z’n
gezellen werden door de nietsvermoedende Aeëtes en z’n dochter voor het
avondmaal uitgenodigd. Na het avondmaal zei Iason tegen koning Aeëtes: ‘Mijn
vader is ten onrechte door Pelias van de troon verdreven. Als ik het Gulden
Vlies naar huis terugbreng, zal Pelias de troon van m’n vader terugschenken.
Daarom heb ik het G.V. nodig!’
Waarop Aeëtes
lachend antwoordde: ‘je zal het Gulden Vlies krijgen, als je de volgende vijf
werken voltooit: ik beveel je twee woeste stieren te temmen, een akker vol
rotsblokken te ploegen en giftige tanden van een draak zaaien. Uit die tanden
zullen bewapende mannen geboren worden, die je dadelijk moet doden. Als je dat
alles voltooid hebt, dood dan de draak die het G.V. bewaakt. Iuno, die Iason begunstigde, zag in dat hij zonder de hulp van de goden deze opdrachten niet
kon voltooien. Daarom vervulde ze Medea met liefde voor Iason. Medea maakte een
toverzalfje en haastte zich ’s nachts naar het schip van Iason. ‘Je moet er
jezelf en je wapens mee inwrijven’, zei ze, ‘en bij ieder gevaar zal je veilig
zijn!’ Na ze dat gezegd had, keerde ze naar het paleis terug toen de zon al op
kwam.
De volgende dag, nadat de stieren getemd waren, het
veld geploegd was, de tanden gezaaid waren en de gewapende mannen gedood waren,
deed Iason de draak met het vergif, dat Medea hen gegeven had, inslapen en nam
hij het Gulden Vlies mee uit de tempel van Mars.
Nadat het Gulden Vlies gestolen was, vluchtte Iason samen met
Medea en haar broertje Apsyrtus naar Griekenland.
Koning Aeëtes ging ze op hun vlucht achterna, maar
om te ontkomen had Medea een verschrikkelijke daad gepleegd: ze had Apsyrtus
vermoord, hem in stukken gesneden en die in de zee geworpen. Door het
bijeenzoeken van ieder deel verloor koning Aeëtes kostbare tijd. Zo kon Iason
samen met Medea ontkomen en naar Iolcus varen.

 

 3 teksten moeten nog gemaakt worden nl. Masade, Masade(slot) en De Argonatis(slot)