Wind was er niet, schepen
lagen onbeweeglijk aan de kust en de soldaten wachten ongeduldig af.
Agamemnon, de broer van Menelaien, een Griekse aanvoerder liet de
waarzegger Calchas komen en vroeg hem:' Wat moeten we doen? We kunnen toch
niet eeuwig wachten . Wat heeft het orakel aan je geezgd?'
Calchas antwoordde tegen zijn
zin:' Diana, de godin van de jacht, is woedend op jou, omdat jouw soldaten een
heilige hinde gedood hebben.Daarom is er geen wind. Nu eist de godin jouw
dochter Iphigenia tot offer. Slechts onder deze voorwaarde dwaalt de wind en
zul je naar Troje kunnen varen.
Maar Agamemnon riep:' Dat kan
ik toch niet doen! Je hebt je vergist, Calchas. Zo wreed kan de godin toch
niet zijn. Maar de overige aanvoerders en soldaten hielden niet op met smeken.
Eindelijk week Agamemnon
treurig voor hun smeekbeden. Door een list heeft Odyseus Iphigenia naar het
kamp ontboden: Want hij heeft haar het huwelijk met de sterke aanvoerder
Achillis beloofd. Na een lange en moeilijk tocht kwam het meisje met haar
moeder Clytaemnestra en haar broer Oreste blij binnen. Haar vader weende en
kon haar de waarheid niet zeggen. Maar Odyseus trok haar naar het altaar. Daar
gebeurde toen iets geheel wonderlijk, terwijl Iphigenia op het altaar lag,
daalde Diana af uit de hemel en nam haar weg en in haar plaats plaatste ze een
hinde en ze maakte het meisje tot priester van haar tempel. Agamemnon en de
overige soldaten en aanvoerders stonden eerst verstomd vervolgens bedankten ze
de godin en offerden de hinde. Dadelijk waaide de wind. Tenslotte zijn de
Grieken hun schepen gaan losmaken en konden ze naar Troje varen.
De equo ligneo
Gedurende vele jaren hielden
de Grieken de stad Troje tevergeefs bezet.Dikwijls vochten ze met de Trojanen,
maar nooit konden zij de overwinning behalen. Eindelijk bedachten ze een list:
ze bouwden een reusachtig paard en verborgen daarin hun beste soldaten. 's
Nachts lieten ze het grote dier voor de kust achter, braken hun kamp af en
voeren naar het eiland Tenedus waar ze zich vertopten.
Bij het ochtendgloren stonden
de Trojanen verstomd: op de vlakte bemerkten zij geen kamp, geen schip, geen
soldaat, niets anders dan een reusachtig paard. Dadelijk ging het gerucht door
de stad. Burgers kraaiden victorie met luide stem, jongens en meisjes dansten
en van overal kon men horen: “De Grieken zijn weg! Ze zijn naar
huis gegaan! Ze hebben niets anders achtergelaten dan een houten paard!” De
Trojanen liepen vrolijk de stad uit en liepen naar het beest toe.
Het gevaarte werd door allen
vol bewondering bekeken en aangeraakt, toen de priester van Neptunus, Lacoön,
die de Grieken altijd wantrouwde de burgers waarschuwde: “De Grieken zijn
niet naar hun vaderland teruggekeerd! Geloof mij! Jullie kennen Odyseus toch?
Dit is een belegeringstuig dat door de Grieken tegen onze wallen is opgebouwd.
Daar zitten soldaten in verborgen !” Na deze woorden wierp hij met grote
kracht een lans naar het dier.
Precies op dat ogenblik
verscheen een zekere Sinon, een leugenachtige Griek. Hij zei: “De Grieken
zijn naar huis teruggekeerd, ik ben alleen achtergelaten omdat ik Odyseus
beledigde. Dit paard is door de Grieken voor Minerva gebouwd”
Toen verschenen opeens twee
woeste en huiveringwekkende slangen uit de zee, omstrengelden en wurgden de
ongelukkige priester samen met zijn 2 zonen. Allen openden de poorten van de
stad en gaven daardoor teken aan het Griekse leger.
De Grieken voeren zonder
uitstel naar de kust en konden makkelijk de stad binnendringen. De stad was
bezet, vele burgers werden gruwelijk vermoord en alle huizen werden in brand
gestoken. Zo is Troje vernield.
De ulixo et Polyphemo
Na vele zwerftochten kwam
Odyseus samen met zijn gezellen aan op het eiland van de cyclopen. Deze
reusachtige mensen hadden slechts één oog in het midden van hun voorhoofd en
leefden van melk en vlees van schapen. Eens had het orakel de cycloop
Polyphemus, de zoon van Neptunus, gawaarschuwd: "Pas op voor Odyseus! Als
hij bij je komt,zal hij je blind maken"; Maar de cycloop had gelachen:
";Als hij mijn grot zal binnengekomen zijn, zal ik hem verslinden."
Odyseus en zijn gezellen
zochten naar voedsel en terwijl Polyphemus afwezig was, gingen ze toevallig
zijn grot binnen. Maar tegen de avond, keerde de zoon van Neptunus met zijn
kudde schapen terug en sloot de uitgang van de grot af met een reusachtige
rotsblok. Opeens bemerkte hij Odyseus en zijn gezellen en omdat hij hen voor
rovers hield, greep hij twee van Odyseus' gezellen en verslond hen.
Toen probeerde Odyseus de
aandacht van de cycloop af te leiden en hij zei: "Drink deze wijn,
Poliphemus, het is de beste" Polyphemus dronk heel de beker in één teug
leeg en zei lachend: "Jij bevalt me, mensje, je hebt me met grote vreugde
gevuld! Zeg me je naam!"Odyseus, een voorzichtig man antwoordde: "
Ik ben Niemand. Allen noemen me Niemand" Waarop Polyphemus zei: "Ik
zal aan Niemand een mooi geschenk geven, ik verslind Niemand als
laatste."
Polyphemus dronk vele bekers
leeg totdat hij eindelijk, overweldigd door wijn, in slaap viel. Op dat
moment, doorboorden Odyseus en zijn sterke gezellen het oog van de cycloop met
een brandende boomstam. Het bloed vloeide uit de wonde en Polyphemus,
uitzinnig van de pijn, hief een luid geschreeuw aan en probeerde de Grieken
tevergeefs te grijpen. Uiteindelijk riep hij de overige cyclopen:";Kom
vrienden, red mijn leven!" Deze kwamen aangerend en vroegen: ";Wat
gebeurt er, Polyphemus? Waarom roep je in het midden van de nacht?"
De zoon van Neptunus
antwoordde: "Niemand heeft me willen vermoorden, Niemand heeft me
gewond!"
"Als niemand je wil
vermoorden, dan kunnen wij je niet helpen" antwoordden de andere
cyclopen." Smeek bij je vader Neptunus, misschienzal hij jouw gezonde
geest teruggeven"; En ze lieten de ongelukkige Polyphemus achter.
De Aeneae erroribus.
Terwijl de Grieken de stad
Troje plunderden ziet Aneas midden in de nacht een droom. Hector die door
Achilles gedood was, waarschuwde hem.:"Haast je naar de kust en breng de
Trojaanse huisgoden over naar het vreemde land. Wanneer onze stad door de
Grieken verwoest is zullen onze huisgoden tenminste behouden zijn." Toen
besloot Aeneas samen met zijn vader zijn vrouw en zijn zoon op de vlucht
te slaan en het heil te zoeken. Maar in het midden van de oproer ziet hij zijn
vrouw Creuses niet meer. Hij rende terug door de straten van de stad maar
zocht haar tevergeefs. Plosteling verscheen Creuses beeld dat zei:" De
goden houden mij vast . Wanneer jij na vele dwaaltochten in een ander land
terechtkomt zal je met een andere vrouw trouwen. Na deze woorden verdween
Creuses beeld uit het zicht. Een beetje later liepen de Trojanen die door de
Grieken niet belegerd waren de droevige Aeneas tegemoet. Wanneer de bomen op
de kust omgehakt zijn en de schepen gebouwd waren gaven zij de zeilen aan de
winden en gingen zij weg uit hun vaderland."Maar waar is dat vreemde
land?"Vroeg Aeneas dikwijls. "Indien wij het orakel van Apollon van
het eiland Deli niet raadplegen zullen wij ons nieuwe vaderland nooit kennen.
Nadat ze het eiland Deli bereikt hadden Gaf Apollo dit orakel aan Aeneas en
zijn gezellen. Indien jullie na wisselende avonturen de kust van Italie
bemerkten dan zullen jullie je nieuw vaderland bereiken.
Al gedurende vele jaren
zwierven Aeneas en zijn gezellen over de zeeën toen ze eindelijk de kust van
Italie bemerkten. Iason die tijdens de oorlog de Grieken altijd begunstigd had
en de Trojanen benadeeld.
De Romulu et Remo
Amulius sloeg Rhea Silvia, de
dochter van Numitur in de boeien en bevool twee slaven haar jongenstweeling,
onlangs geboren, in een mandje te leggen en in de Tiber te werpen. Toen
retgende het toevallig veel en trad de Tiber buiten zijn oevers en de
dichtsbij gelegen velden veranderden in plassen. Daarom konden de slaven zelfs
niet naar de rivier gaan en werpten het mandje dat de baby's bevatte in een
grote plas. Vervolgens keerden ze naar Amulius terug en zeiden aan hem:' We
hebben het mandje in de Tiber geworpen. De zonen van Rhea Silvia zijn gedood.'
Maar het mandje was niet gezonken integendeel. Nadat het water zich terugtrok
zat het vast op het droge.Niet veel later daalde een wolvin, die in de bergen
leefde, dorstig naar de rivier af. Nadat ze de baby's ontdekte droeg ze hen
naar een grot terwijl ze hen likkend met haar tong waste, voedde ze hen met
haar melk. Nabij de rivier woonde Faustulus de koninklijke herder van de kudde
samen met zijn vrouw Acca Larentia in een hutje. Op een dag hoorde hij
plotseling geschrei van baby's hij trad de grot binnen en daar ontdekte hij
een wolvin die likkend met haar tong de baby's voedde. Hoewel Faustulus vol
schrik was joeg hij de wolvin op de vlucht en bracht de baby's naar huis en
gaf ze aan Acca Larentia. De tweeling werd met grote liefde door Faustulus en
Acca Larentia grootgebracht.
De roof van de Sabijnse
meisjes
De nieuwe stad was al
gegroeid, de wegen waren al geplaveid, reusachtige muren, een groot aantal
huizen en mooie tempels waren al gebouwd, maar er waren geen vrouwen in de
stad!Daarom riep Romulus gezanten bij zich en zei hen: “Ga naar de naburige
volksstammen en vraag hen vrouwen voor een huwelijk” Maar nergens werden de
gezanten welwillend aanhoord. Integendeel, verscheidene volksstammen spotten
met de nieuwe stad: “onze dochters willen toch niet met rovers
trouwen!”Romulus verdroeg dit onrecht niet en bedacht noodgedwongen een
hinderlaag. Hij bereidde prachtige spelen voor en nodigde de naburige
volksstammen uit.Velen, vooral de Sabijnen samen met hun kinderen en
echtgenotes, die de nieuwe stad verlangden te bezoeken, kwamen samen voor het
schouwspel.Ze werden gastvrij ontvangen en bezochten samen met hun gastheren
da wallen, de tempels en de huizen.Toen was het tijd voor de spelen. Nadat er
een teken gegeven was aan de wagenmenners, begonnen de spelen. De Sabijnen die
niets vermoedden, richtten hun ogen en hun geest op de spelen.De stilte
werd door niets verbroken, tenzij door het geluid van de wielen en van de
paarden.Plotseling stormden de Romeinse jongemannen op een gegeven teken van
overal naar hun gasten, roofden in een reusachtig tumult de Sabijnse meisjes
en snel droegen ze hen gillend naar hun huizen.De vaders en de broers konden
hun dochters en zussen niet uit de handen van de Romeinen ontrukken.Terwijl ze
woedend naar huis liepen , riepen ze uit: “Jullie hebben niet straffeloos
onze dochters geroofd! Wee de Romeinen” De meisjes kloegen nu eens met luide
stem hun lot dan weer scholden ze woedend hun trouweloze gastheren uit. Maar
de Romeinse jongemannen beloofden hen met vleiende woorden een grote liefde.
De roof was de oorzaak van een lange oorlog.Op een dag begon er een grimmige
veldslag tussen de twee volkeren. Maar de vrouwen, die destijds geroofd waren,
maar nu al hielden van hun Romeinse echtgenoten, begaven zich stoutmoedig
tussen de vliegende projectielen en aan de ene kant smeekten ze hun vaders,
aan de andere kant hun echtgenoten om vrede. Toen werd er een verdrag
gesloten: Romeinen en Sabijnen werden verbonden en uit twee volkeren werd er
één gemeenschap gevormd.
Als het vuur verschijnt zal
de avond vallen.
In het paleis leefde en
jongen, die Servius Tulius noemde. Op een dag,
toen koningin Tanaquil samen
met haar drie slavinnen in haar tuin wandelde,
was deze jongen voor de
paleispoorten in slaap gevallen plotseling omringden
vlammen het hoofd van de
slapende jongen maar kwetsen hem niet. Bij dat wonder
begonnen de vrouwen luidkeels
te gillen. Zelfs koning Tarquinius,
die z’n waarzegger Atius
over de staatszaken aan het raadplegen was,
liep er naar toe. Twee
slavinnen brachten al water aan, maar de koninging verbood
hen de vlammen te doven of de
jongen uit z’n slaap te wekken:
‘Raak hem niet aan!’ zei
ze, ‘Die jongen is beslist door de goden gezonden!’
Weldra doofden de vlammen
spontaan uit en ontwaakte de jongen uit z’n slaap.
Toen riep Tanaquil z’n
waarzegger terzijde: ‘Zie jij die jongen hier?’ vroeg hij,
‘Wat heeft dit te
betekenen?’ De waarzegger antwoordde slechts: ‘Als het vuur
verschijnt, oh koning, zal de
avond vallen. Maar Tanaquil begreep zijn woorden
niet. Drie dagen later,
veinsden twee herders, gezonden door de zonen van Ancus Marcius, een ruzie
voor de paleispoorten en hielden niet op met lawaai maken.
Omdat hun geroep tot in heel
het paleis doordrong, kregen ze het koninklijke
bevel beurtelings hun
zaak te
bepleiten. Toen begon de
eerste van hen te praten. Terwijl de koning zich van
de eerste afwendde,
vermoordde deze plotseling koning Tarquinius met een slag
van z’n bijl die hij onder
zijn kledij verstopt had.Daarna sloegen ze zo snel mogelijk op de vlucht.
Eindelijk begreep Tanaquil de
woorden van de waarzegger: ‘Als het vuur verschijnt, zal de
avond vallen.’
De europa
Agenor, de koning van Sidon,
had vijf zonen en één dochter
een dag ontbood
Jupiter, vurig van liefde, Mercurius, de bode
van de goden en zei:
'Mijn zoon, trouwe handlanger,
haast je naar Sidon. Je
zal de bergweide van ver zien, daar
weiden de herders van koning
Agenor de koninklijke stieren.
Drijf de kudde van de
bergen af naar de kust'.
De almachtige Jupiter had
nauwelijks gesproken, of de
stieren daalden dadelijk de
berg naar de kust af, waar
Europa samen met haar
vrienden aan het spelen was.
Jupiter zelf, veranderde in
een sneeuwwitte stier, en mengde
zich onder de loeiende
dieren. Z'n hoorns, waartussen een
zwarte lijn zichtbaar was,
waren weliswaar klein, maar
schitterden als edelstenen.
De dochter van Agenor
bemerkte de buitengewone stier en
stond in verwondering voor
zijn schoonheid. In de ogen van
het dier lag geen bedreiging,
niets angstaanjagend. Hoewel
de stier teder en zacht was,
durfde ze
hem niet aan te raken.
Terwijl de stier zich voor haar voeten
neervlijde
overwon het meisje haar angst
en begon met hem te spelen.
Ze hield bloemen voor z'n
mond en versierde hem met een
krans. Vervolgens klom ze op
z'n rug.
Daarop bracht de vader
van mensen en goden het
nietsvermoedende meisje
naar het water en verdween
plotseling met haar in
het midden van de zee.
Het angstige meisje,
dat naar de aarde omkeek, smeekte
haar vriendinnen
tevergeefs om hulp. Met haar ene hand
hield ze zich aan z'n
hoorns vast, met de andere zijn rug en
werd door Jupiter
ontvoert naar het eiland Kreta.
De Mucio Scaevola
Porsenna bezette samen met de
troepen van de Etrusken reeds lang Rome, en de honger knaagde binnen de muren
van dag tot dag steeds meer. Daarom besloot een stoutmoedige jongen, Gaius
Mucius genaamd, de door de Etrusken bezette stad te bevrijden. Hij veranderde
van kledij, verborg een dolk tussen zijn kleren, zwom de Tiber iver en
bereikte zo het kamp van de vijand. Daar hoeld hij halt te midden van de massa
voor het podium van de koning. Men gaf toen toevallig de soldaten hun soldij
en naast de koning zat de secretaris in bijna dezelfde kledij als de koning.
En Mucius, die nog nooit de koning had gezien, doodde hem (de secretaris) in
plaats van de koning. Hij probeerde te vluchten maar hij werd gevangen genomen
en men sleepte hem voor de koning. De koning vroeg hem:' Wie ben je?' "Ik
ben een Romeins burger"zei hij" en door mijn medeburgers wordt ik
Gaius Mucius genoemd. Ik ben hierheen gekomen omdat ik de koning wou doden. Ik
ben de koning zei Porsenna je hebt je dus vergist. Je hebt me nu gevangen
genomen: zei Mucius. Maar na mij zullen er andere kopmen die je zullen doden
op gelijk welk uur van de dag of nacht, zal een Romein in je tent
binnendringen en op gelijk welk uur van de nacht of dag zal je altijd schrik
hebben voor je leven. De koning razend van woede en tegelijk ook doodsbang
voor het gevaar bedreigde Mucius met het vuur. Wie zijn die gemene
sluipmoordenaars? Wat is hun plan? Riep hij uit! Soldaten, breng hem bij de
offerhaard! Maar Mucius zei: Deze vlammen maken me niet bang. Achter deze
woorden satk hij zijn rechterhand in de offerhaard die aangestoken was om een
offer te brengen. Geen enkele traan verscheen in zijn ogen en geen enkel spoor
van pijn zag je aan hem. Porsenna was verbijsterd door de moed van de
jongeman, sprong van zijn troon en beval om Mucius van het vuur weg te
trekken. Hij zei:'Ik bewonder je moed, ga naar huis, ik laat je gaan. Toen zei
Mucius:' Aangezien je mijn leven hebt gespaard ,wil ik ook jouw leven sparen.
Maar 300 Romeinse jongelingen hebben tegen jou samengezworen, ze zullen niet
rusten voor ze u gedood hebben. Ik ben enkel de eerste, maar achter mij zal
een tweede en een derde en een vierde komen. Van zodra Porsenna dat gehoord
had, begreep hij de bedreiging en hij zond vredesgezanten naar Rome. Daarom
gaven de Romeinen Mucius de bijnaam Scaevola (=linkerhandje) omdat hij alleen
nog zijn linkerhand had.
Romani a Samnitibus sub iugum
mittuntur
Twee wegen leiden naar
Luceriam, de ene langs de kust, lang maar veilig , de andere liep langs de
Caudijnse passen, die was kort maar gevarrlijk.
De stoutmoedige Romeinen, die
nog niet door de Samnieten overwonnen waren beslisten de korte weg te nemen om
de berg over te steken. De Romeinse consuls, nietsvermoedend, trokken de
Caudijnse passen in, samen met hun legioenen. Maar al van ver zagen ze dat de
uitgang afgesloten was door reusachtige rotsblokken en omgehakte
bomen.Dadelijk keerden ze terug, vermoedend dat het een hinderlaag was. Maar
tot hun grote verbazing zagen ze dat ook de toegang op dezelfde manier
afgesloten was. De Romeinse soldaten keken elkaar aan en eerst zwegen ze lange
tijd onbeweeglijk. Maar toen ze van alle kanten Samnieten zagen verschijnen op
de toppen van de bergen; die de gevangenen uitlachtten en uitscholden; zagen
ze in dat ze misleid waren door hun eigen lef en door een list van de
Samnieten en dat wapens op deze plaats nutteloos waren.Ontgoocheld begonnen ze
nabij het water een versterkt kamp op te slaan; en s' nachts beraadslaagden de
aanvoerders onder elkaar. Weinigen waren van oordeel dat ze konden ontsnappen
door de afgesloten weg en door de bossen over de bergen. Velen wanhoopten.
Waarlangs kunnen we ontsnappen? Gewapend of ongewapend?Dapper of laf?We zijn
allemaal gevangen en overwonnen. De onbetrouwbare vijand zal zelfs geen
eervolle strijd beginnen. Zittend zal hij de oorlog afmaken...Tenslotte zonden
de Romeinen gezanten naar de Samnieten. Ze vroegen een billijke vrede of een
open gevecht. Pontius Telesimus, aanvoerder van de Samnieten antwoordde:
'Zelfs overwonnen en gevangen zijn jullie nog niet bereid te bekennen dat
jullie overwonnen en gevangen zijn. Omwille van die trots zal ik jullie allen
onder het juk zenden, ongewapend en met slechts één kledingstuk aan. Nadat
de gezanten naar het kamp teruggekeerd waren, heerste er lange stilte.
Vervolgens begon iedereen te zuchtten en te klagen. Tenslotte zei Lentulus, de
aanvoerder van de gezanten:" Deze overgave is schandelijk, maar we moeten
allen houden van ons vaderland, onze voorouders hebben al dikwijls het
vaderland gered door eigen doo. Nu zullen wij het vaderland redden door onze
ontering. De vernedering, hoe groot ze ook is, moeten we ondergaan voor ons
vaderland"De wapens werden ingeleverd en kleren neergelegd. Eerst werden
de consuls één voor één, halfnaakt onder het juk gestuurd, daarna één
voor één de soldaten. Gewapend stonden de vijanden errond, terwijl ze de
soldaten verwijten maakten en er de spot mee dreven
De Rhampsinito rege et fure
callido
Ramses, de rijke koning van
Egypte, die z’n rijkdom
op een veilige plaats wou
verbergen, beval een architect een schatkamer te
bouwen. Terwijl de schatkamer
gebouwd werd, bedacht de architect, een sluw man,
de volgende list: ‘hij
plaatste in een muur van de schatkamer twee stenen, die
gemakkelijk verwijderd konden
worden. Toen de architect voelde dat z’n leven
ten einde liep,
onthulde
de list aan zijn twee zonen.
Na de dood van hun vader drongen ze prompt de schatkamer binnen en namen een
grote hoeveelheid van de schat weg.
Op
een dag ging Ramses de
schatkamer binnen en bemerkte dat een deel van z’n
schatten weg was. Hij was
zeer verwonderd: ‘de zegels van de poorten waren nog
ongeschonden. Wanneer hij
enkele dagen later de schatkamer opnieuw opende, zag
hij tot grote verbazing dat
nog een deel van rijkdom verdwenen was. Waarna hij
dadelijk beval klemmen te
plaatsen.
’s
Nachts drongen de dieven
opnieuw de schatkamer binnen, en één van de broers
raakte vast in de klem. Deze
zag in dat die voor z’n broer en zichzelf de
ondergang betekende. Daarom
zij hij:’hak mijn hoofd af, broer, want als ik door
de bewakers van de koning
gevangen en herkend wordt, zal jij als medeplichtige
van deze misdaad beschouwd
worden!’ Met die woorden kon hij z’n broer
overtuigen. Die, hoe dan ook
met tegenzin, het hoofd van z’n broer afhakte,
plaatste
de stenen terug en keerde
naar huis terug, en droeg het hoofd van z’n broer bij
zich.
De
volgende dag controleerde de
koning de klem nadat hij de schatkamer was
binnengekomen en verbijsterd
vond hij het lichaam van de dief zonder hoofd.
De caede Caesaris
Uit vele voortekens was
duidelijk dat Caesar met de dood bedreigd werd, want precies in een droom zag
hij dat hij boven de wolken vloog en Juppiter de hand reikte. Zo ook
Calpurnia, de echtgenote van hem, zag in een droom dat het huis ineenstortte
en haar echtgenote bedoven werd en ze haar echtgenote in haar armen hield.
Bovendien was Caesar door Spurinna, zijn waarzegger gewaarschuwd:"Pas op
voor de Iden van maart!"
De senaat werd in het
senaatsgebouw bijeengeroepen op de Iden van maart rond het vijfde uur
verliet Caesar zijn huis. Onderweg kwam hij Spurinna tegen.Die (Caesar)
lachtte met hem, zeggend dat de Iden van maart er al waren. Spurinna
antwoordde dat ze inderdaad al gekomen waren maar dat ze nog niet voorbij
waren.
Toen Caesar juist het
senaatsgebouw binnentrad, omsingelden de samenzweerders hem. Eén van hen
naderde hem en greep Caesar vast met beide handen aan de toga. Vervolgens
verwondde Casius Caesar met een dolk net onder de keel terwijl die
uitriep:"Maar dit is geweld!" Caesar greep Casius bij de arm en
doorboorde hem met een schrijfstift en probeerde te ontkomen, maar opnieuw
trof een dolk hem. Toen hij voelde dat hij van alle kanten met getrokken
dolken aangevallen werd, bedekte hij zijn hoofd met zijn toga en liet zijn
klederen zakken tot op zijn voeten: want de vijand wil hem doden. Maar terwijl
Marcius Brutus, die hij als zijn zoon beschouwde, aanstormde naar hem en
Caesar zei:" Jij ook mijn zoon?" Hierna, werd hij zonder enig
gezucht of gekreunmet 43 dolksteken gedood.
Terwijl iedereen vluchtte,
bleef Caesar levensloos op de grond liggen, totdat 3 slaven hem op een
draagstoel legden en naar huis draagden.
Niet tegenstaande de
samenzweerders van plan waren Caesar's lichaam in de Tiber te gooien moesten
ze op bevel van Marcus Antonius Caesar verassen.
De incendio urbis Romae
Terwijl Nero keizer was
overkwam Rome een grote ramp, zwaarder en verschrikkelijker dan alle andere
rampen, die Rome ooit overkwam door geweld van vuur. De brand ontstond in dat
gedeelte van het Circus Maximus, dat grensde aan de Platinus- en de
Calliusheuvel. Daar immers in die winkels vatte eerst de koopwaar vuur
waardoor de vlammen werden gevoed. Daarna werd het vuur nog aangewakkerd door
een plotse wind en verspreidde zich over heel de lengte van het Circus.
In zijn vaart zette de brand
de vlakke delen van de stad in vuur en vlam, breidde zich uit naar de heuvels
en verteerde opnieuw de lager gelegen plaatsen. Niet alleen werden
verschillende huurhuizen waarin het volk woonde maar ook huizen van de rijken
en vele tempels verwoest. Kinderen en diegene die uitgeput waren door de jaren
doolden rond in de straten, vrouwen waren bang, sidderden en schreeuwden het
uit. Zeer veel burgers, die uit de stad probeerden te vluchten werden omgeven
door vuur zowel aan de zijkant als aan de voorkant. Sommigen verhinderden de
brandweerlui door te treuzelen en anderen door zich te haasten. Velen kwamen
om nadat ze al hun bezittingen hadden verloren.
Gedurende zes dagen en zeven
nachten raasde dit onheil door de stad. Uiteindelijk doofde de brandweer de
vlammen aan de voet van de Estquiliniusheuvel nadat zij over een grote ruimte
de gebouwen hadden omvergehaald: zo stond een open ruimte de vlammen in de
weg.
Het gerucht deed de ronde dat
Nero precies op het tijdstip van de brand zijn paleistheater was binnengegaan
en dat hij daar de Trojaanse brand had bezongen waarbij hij de huidige
catastrofe vergeleek met de vroegere rampen. Sommige schrijvers vertellen ook
dat de keizer zelf de brand bevolen heeft en dat hij verboden heeft om het
vuur te doven en dat hij nadat er een nieuwe stad gesticht was zijn eigen eer
heeft gezocht.
Omdat deze schande niet
verdween beschuldigde Nero de Christenen en hij legde hen dan ook de zwaarste
straffen op. Gehuld in huiden van wilde dieren werden ze door honden
verscheurd of genageld aan het kruis werden ze verbrand. Voor dat spektakel
bood de keizer s'nachts zijn eigen tuinen aan. Door deze gruwel werden zelfs
Romeinse burgers bewogen door medelijden tegenover de Christenen.
De Argonautis
Iason, de zoon van Aeson, was
door
z’n broer Pelias uit het
koninkrijk verdreven. Maar het orakel voorspelde aan
Pelias: ‘Als je een man met
een schoen gezien zal hebben, zal de dood je boven
het hoofd hangen.
Iason, reeds
lange tijd volwassen
geworden, wou zich op z’n vaderland wreken en daarom begaf
hij zich naar het rijk van
Pelias. Onderweg, bemerkte hij een oud vrouwtje, al zittend op de oever van de
rivier riep ze uit: ‘Wee mij! Wie zal
mij naar de andere oever
brengen?’ ‘Klim
maar op mijn rug, oud
vrouwtje, bood Iason aan, met de hulp van de goden breng
ik je wel ongedeerd naar de
andere oever!’ Maar terwijl hij het oude
vrouwtje overzette, verloor
hij z’n schoen, die in het slijk vastzat, en z’n
voet werd erg verwond door
een naakte steen. Maar wat Iason niet wist was dat
hij eigenlijk Iuno over de
rivier had gezet! Na een lange tocht kwam hij
eindelijk in het koninkrijk
van Pelias aan …
Daar offerde de
koning aan de goden toen hij
plots een man zag met een schoen. Pelias herinnerde
zich het orakel en was
verschrikt door de aanblik. Hij dacht dat het einde van
z’n leven op til was.
‘Koning Pelias, zei Iason, ik ben de zoon van uw broer
Aeson. Je weet zeer goed dat
je ten onrechte het koningschap hebt verkregen.
Elf jaar geleden is men vader
gestorven maar nu ben ik terug, om het rijk van
m’n vader terug te krijgen.
Pelias
antwoordde: ‘Onder één
voorwaarde zal ik je het rijk van je vader teruggeven.
Als je het Gulden Vlies van
een ram van de koning van Colchis hebt ontrukt en je
binnen drie jaar naar huis
bent teruggekeerd, zal je het koningschap krijgen.’
Iason, aangevuurd door het
koningschap, gehoorzaamde hij aan de wil van Pelias
De Argonautis 2
Iason riep uit heel
Griekenland de dappere mannen
samen om hem te vergezellen.
Intussen kwam van deze Hercules, de dapperste
aller Grieken, als eerste
aan. Dan volgden Theseus, Castor en Pollux, Peleus en
Nestor. Ook Orpheus, die met
z’n zangkunst het gemoed van de mensen kan
bedaren, besloot deel te
nemen aan de tocht. Nadat ze allen waren samengekomen,
vertrokken ze naar Colchis
met een uiterst snel en stevig schip, de Argo
genoemd.
Ooit had een
orakel aan Aeëtes, de koning
van Colchis, voorspeld: ‘zolang zul je in het
bezit zijn van de troon als
het Gulden Vlies in maart in de tempel aanwezig is.
Maar indien het Gulden Vlies
gestolen wordt, zal je niet alleen je troon maar
ook je zoon verliezen. En
daarom beval Aeëtes een draak, die nooit sliep, het
Gulden Vlies te bewaken.
Iason en z’n
gezellen werden door de
nietsvermoedende Aeëtes en z’n dochter voor het
avondmaal uitgenodigd. Na het
avondmaal zei Iason tegen koning Aeëtes: ‘Mijn
vader is ten onrechte door
Pelias van de troon verdreven. Als ik het Gulden
Vlies naar huis terugbreng,
zal Pelias de troon van m’n vader terugschenken.
Daarom heb ik het G.V.
nodig!’
Waarop Aeëtes
lachend antwoordde: ‘je zal
het Gulden Vlies krijgen, als je de volgende vijf
werken voltooit: ik beveel je
twee woeste stieren te temmen, een akker vol
rotsblokken te ploegen en
giftige tanden van een draak zaaien. Uit die tanden
zullen bewapende mannen
geboren worden, die je dadelijk moet doden. Als je dat
alles voltooid hebt, dood dan
de draak die het G.V. bewaakt. Iuno, die Iason begunstigde, zag in dat hij
zonder de hulp van de goden deze opdrachten niet
kon voltooien. Daarom
vervulde ze Medea met liefde voor Iason. Medea maakte een
toverzalfje en haastte zich
’s nachts naar het schip van Iason. ‘Je moet er
jezelf en je wapens mee
inwrijven’, zei ze, ‘en bij ieder gevaar zal je veilig
zijn!’ Na ze dat gezegd
had, keerde ze naar het paleis terug toen de zon al op
kwam.
De volgende dag, nadat de
stieren getemd waren, het
veld geploegd was, de tanden
gezaaid waren en de gewapende mannen gedood waren,
deed Iason de draak met het
vergif, dat Medea hen gegeven had, inslapen en nam
hij het Gulden Vlies mee uit
de tempel van Mars.
Nadat het Gulden Vlies
gestolen was, vluchtte Iason samen met
Medea en haar broertje
Apsyrtus naar Griekenland.
Koning Aeëtes ging ze op hun
vlucht achterna, maar
om te ontkomen had Medea een
verschrikkelijke daad gepleegd: ze had Apsyrtus
vermoord, hem in stukken
gesneden en die in de zee geworpen. Door het
bijeenzoeken van ieder deel
verloor koning Aeëtes kostbare tijd. Zo kon Iason
samen met Medea ontkomen en
naar Iolcus varen.
3 teksten moeten nog gemaakt worden nl. Masade,
Masade(slot) en De Argonatis(slot)